Myn Hosinsul

Leeswijzer

In dit hoofdstuk ga ik achtereenvolgens in op de betekenis van Hosinsul (paragraaf 1), het Hosinsul binnen Martial Arts (paragraaf 2) waarna ik respectievelijk een tiental richtlijnen voor Hosinsul (paragraaf 3) en een tiental trainingsregels voor Hosinsul (paragraaf 4) weergeef.

§1. Wat betekent Hosinsul

Hosinsul betekent letterlijk het beschermen van de geest en het lichaam (Hosin) met gebruikmaking van technieken (sul). Als onderdeel van Martial Arts gaat het in concreto om zelfverdediging tegen verschillende vormen van:

1. Kleding aanvallen;

2. Verwurgingen

3. Ompakingen

4. Polsaanvallen

5. stokaanvallen;

6. mesaanvallen.

Het accent ligt daarbij op het defensieve, beschermende karakter.

In andere zelfverdedigingsdisciplines wordt ook gebruik gemaakt van zelfverdediging met behulp van de korte stok, lange stok, wapenstok, wandelstok en paraplu. In dit hoofdstuk abstraheer ik van deze vormen van zelfverdediging.

§2. Hosinsul binnen Martial Arts

In het dan-/poom-geup examen reglement van de Taekwondo Bond Nederland komt het onderdeel Hosinsul voor vanaf het derde geup (= blauwe band plus rode slip) tot en met het vierde dan examen:

* voor het examen derde geup tot en met eerste dan dient de examenkandidaat zich te verdedigen tegen verschillende vormen van Kleding, ompakkingen verwurgingen en polsaanvallen.

* voor het tweede dan examen dient de examenkandidaat zich te verdedigen tegen verschillende vormen van stokaanvallen.

* voor het derde dan examen dient de examenkandidaat zich te verdedigen tegen verschillende vormen van mesaanvallen.

* voor het vierde dan examen dient de examenkandidaat zich te verdedigen tegen verschillende vormen van vasthouden, beetpakken en klemmen alsmede stok- en mesaanvallen.

In dit kader merk ik ten slotte op dat het vijfde dan examen een onderdeel bevat waarin de examenkandidaat een demonstratie moet geven van zijn eigen kunnen. Vaak nemen examenkandidaten in deze demonstratie Hosinsul technieken op.

In het dan-/poom-geup examen reglement zijn geen specifieke richtlijnen opgesteld waaraan het Hosinsul moet voldoen.

§3. Richtlijnen voor Hosinsul

De tien richtlijnen waarin Hosinsul naar mijn wijze van beschouwen moet voldoen, zijn uitgesplitst naar richtlijnen voor de verdediger (acht) en de aanvaller (twee). Deze richtlijnen geven zowel de leerling (in zijn rol als verdediger en aanvaller) als de leraar (in zijn rol als docent) als de bondsexaminator (in zijn rol als beoordelaar) een duidelijk en herkenbaar referentiekader.

I Richtlijnen voor de verdediger
1. De verdediger moet de aanvaller in de ogen zien.

:
De ogen van de aanvaller spreken en verraden dikwijls zijn innerlijke bedoelingen. Ondanks de fixatie op de ogen neemt de verdediger toch het hele lichaam waar. Met de ogen probeert de verdediger de gedachten en daarmee de beoogde aanval van de aanvaller te lezen. Slaagt hij daarin, dan kan de hij zich hierop instellen en adequaat reageren.

2. De verdediger is ongewapend.
Toelichting:

De verdediger heeft geen beschikking over een wapen. Wel kan de verdediger nadat hij de aanvaller van zijn wapen (stok of mes) heeft ontdaan, dit wapen gebruiken om de aanvaller te bedwingen en controleren, naar de grond te brengen of direct uit te schakelen.

Bij een verdediging met een mesaanval verdient het uit morele overwegingen de voorkeur om de tegenstander te ontwapenen. Aangezien het echter de intentie van de aanvaller is om te steken, mag de verdediger ook een techniek inzetten waarbij de aanvaller zelf met zijn eigen mes wordt geraakt.

3. De verdediger zal indien de aanvaller hem stevig vasthoudt, gebruik moeten maken van een atemi.

Toelichting:

In de praktijk zal het de verdediger veelal niet lukken om zich in één beweging te bevrijden van een aanvaller. De greep van de aanvaller is daarvoor immers veelal te stevig. In dat geval is een atemi (= slag, stoot, trap op vitale delen van het lichaam) vaak noodzakelijk om een schrikreactie bij de aanvaller te bewerkstelligen met als gevolg dat de greep van de aanvaller verslapt. Op dat moment kan de verdediger de feitelijke bevrijding inzetten.

4. De verdediger moet met zijn bevrijding de aanvaller zo veel mogelijk onder controle houden.

Toelichting:

Indien de verdediger zich heeft bevrijd van de aanval bestaat het risico dat de aanvaller, getergd als hij is, wederom een aanval inzet. De verdediger zal daarom de aanvaller via zijn bevrijding met bijvoorbeeld een arm-, pols-, schouder- of beenklem onder controle moeten houden.

5. In afwijking van richtlijn vier kan de verdediger zijn bevrijding uitvoeren door het gebruik maken van een werp-, duw- of drukpunttechniek.

Toelichting:

Indien de verdediger zich heeft bevrijd met een dergelijke techniek, geraakt de aanvaller hierdoor dusdanig uit balans dat hij niet opnieuw de aanval kan inzetten. De verdediger kan direct aansluitend door middel van een Martial Arts hand- of beentechniek de aanvaller volledig uitschakelen.

6. De verdediger maakt zoveel mogelijk gebruik van enkelvoudige Martial Arts hand- en beentechnieken als afmaaktechniek met een maximum van twee technieken.

Toelichting:

Nadat de verdediger zich heeft bevrijd en de aanvaller of onder controle of uit balans heeft gebracht, schakelt de verdediger de aanvaller zoveel mogelijk uit met een Martial Arts hand- of beentechniek. Een scala van dit soort technieken is onnodig en overbodig. Eén techniek moet namelijk voldoende zijn. Meerdere technieken betekent dat de verdediger geen vertrouwen heeft in zijn voorafgaande techniek.

7. De verdediger wordt bij mesaanvallen niet geraakt door het mes.

Toelichting:

De verdediger kan op drie manieren worden geraakt door het mes, te weten:

– bij de aanval;

– bij de verdediging;

– na afloop door op het gevallen mes te gaan staan.

In alle drie de situatie heeft de verdediger onvoldoende besef van realiteitszin getoond. Van goed uitgevoerde Hosinsul is derhalve geen sprake.

8. Als laatste richtlijn voor de verdedigers een aantal uitvoeringscriteria. De verdediging moet:- logisch zijn;- vloeiend zijn uitgevoerd; de verdediging tegen de aanval moet in één geheel verlopen. Een tussentijdse stop geeft namelijk de aanvaller de gelegenheid zich te herstellen;- in balans worden uitgevoerd; dus niet meevallen met de tegenstander;- bruikbaar, effectief en realistisch (werkzaam in de praktijk op straat) zijn.

II Richtlijnen voor de aanvaller
1. De aanvaller moet realistisch handelen. Het vasthouden, beetpakken en klemmen moet met kracht en overtuiging geschieden; stok- en mesaanvallen moeten daadwerkelijk op het lichaam zijn gericht.
Toelichting:De bedoeling van de aanvaller is niet om op aangename wijze kennis te maken. Zijn handelswijze is te kwader trouw en zal daarom agressief en krachtdadig van aard moeten zijn.2. Bij een bevrijding die de verdediger inzet laat de aanvaller niet automatisch los.

Toelichting:Het is niet de bedoeling dat de aanvaller bij de eerste de beste oogknippering of aanzet van een bevrijdingstechniek van de verdediger al loslaat. Dit strookt niet met zijn aanvalsintentie.§4. Trainingsregels voor HosinsulMijn tien trainingsregels voor Hosinsul geven mijns inziens de leraar een duidelijk en herkenbaar trainingskader.1. Specifieke warming up.Toelichting:

Het trainen van Hosinsul vergt een specifieke warming up. Behalve een algemene warming up die is gericht op een goede doorbloeding van het lichaam, is het noodzakelijk dat een warming up wordt gedaan die specifiek is afgestemd op het doen en ondergaan van Hosinsul. Het losmaken van gewrichten, polsen, armen, heupen, schouders en nek zijn bij uitstek onderdelen die daarbij aan de orde moeten komen.2. Praatje, plaatje, daadje.

Toelichting:De leraar zal eerst duidelijk moeten maken wat de bedoeling is en waarom hij iets op een bepaald moment gaat doen. Vervolgens zal hij dit praatje met behulp van zijn assistent moeten voordoen; eerst stap voor stap en daarna op volle snelheid. Indien de leraar zich ervan heeft vergewist dat het plaatje duidelijk is voor de leerlingen, gaan de leerlingen over tot het doornemen van de techniek (van stap voor stap tot volle snelheid).

3. Beheersing door de leraar.Toelichting:De leraar moet de Hosinsul technieken die hij aan zijn leerlingen overdraagt zelf goed beheersen. Op deze wijze kan hij op consequente en geloofwaardige wijze de technieken uitdragen en vertrouwt de leerling zijn leraar.

4. Oefening maakt de meester.Toelichting:De leerling zal een techniek herhaaldelijk moeten oefenen zodat hij de verschillende inwerkingen en diverse pakkingen herkent en eigen kan maken.5. Bewust controleren van technieken.Toelichting:

De leraar zal moeten benadrukken dat de leerlingen op beheerste en gecontroleerde wijze bevrijdings- en controletechnieken moeten aanbrengen. Dit voorkomt niet alleen het risico van blessures, maar zorgt er ook voor dat de leerling die ‘lijdend voorwerp’ is, zijn plezier in de Hosinsul-training behoudt.

6. Harmonie tussen aanvaller en verdediger.  Toelichting:

Het aanleren van Hosinsul is een samenspel tussen twee partners. Harmonie, samenwerking en soepelheid zorgen er voor dat de weg naar een goede toepassing van het Hosinsul op de juiste manier wordt bewandeld.

7. Regelmatige verandering van partners.  Toelichting:

Men moet de technieken met steeds verschillende partners uitvoeren om de juiste effectieve uitvoering te bereiken.

8. Evenwicht in het doceren tussen te weinig en te veel technieken.  Toelichting:

De leraar zal een evenwicht moeten bereiken in het aantal technieken dat hij doceert. Het doceren van een enkele techniek leidt tot saaiheid en het ‘nu weet ik het al’-effect bij leerlingen. Bij een veelvoud van technieken zien de leerlingen al gauw door de bomen het bos niet meer.

9. Voortgangsbewaking.  Toelichting:  De leraar zal regelmatig op daartoe bepaalde momenten de voortgang van de leerlingen moeten bewaken. Dat kan zowel aan het eind van een les of bij (het begin van) een volgende les, waarbij leerlingen iets voor de groep voordoen als bij een officiële gelegenheid zoals een geup-examen.      10. Bijblijven en verfrissen.  Toelichting:

Zorg als leraar dat je bijblijft met de ontwikkelingen die zich voordoen binnen Hosinsul. Het volgen van stages en trainingen, over de schutting kijken bij andere sportscholen en zelfverdedigingsdisciplines, het uitnodigen van gasttrainers en dergelijke kunnen verfrissend werken en stimulerende oogopeners zijn